Iedereen houdt van Mandela, maar waarom?

cc Chaouki

Iedereen houdt van Mandela. En iedereen wil hem houden, nog even. Waarom is het zo moeilijk loslaten? Zijn we bang voor de ondraaglijke lichtheid van politiek?

In de jaren tachtig zong ik ook het refrein mee van Free Nelson Mandela, de song van Special AKA die wekenlang in de top tien stond. Ik riep met opgestoken vuist Amandla! Amandla!, de strijdkreet van Mandela’s African National Congress en schilderde naarstig de ANC-vlag op een groot wit blad. Het zwart stond symbool voor de onderdrukte bevolking in Zuid-Afrika.  Groen symboliseerde het uitgestrekte land. En geel stond voor het goud dat in Witwatersrand was ontdekt. Zwart is moeilijk te mengen met waterverf. Het pigment viel altijd wat grijzer uit dan ik wou en het papier ging bollen omdat mijn penseel te nat was. Maar in Zuid-Afrika mocht zwart toen helemaal niet mengen. De blanken namen zwarte Zuid-Afrikanen hun land af en stopten ze weg in townships en bantoestans, ingericht volgens ras. Daar werden ze gedegradeerd tot goedkope werkkrachten die op afroep aan de slag moesten in mijnen en op boerderijen van Afrikaners. Voor de economie waren deze slavenarbeiders een must. Zo zaten de goudaders erg diep en de ontginning was maar rendabel als je goedkope mankracht wist te vinden.

Apartheid

Maar ook coloured en indians kwamen onder het juk van pasjes- en andere wetten, die hun bewegingsvrijheid inperkten en hun ambities in de kiem smoorden met ondermaats onderwijs. De steeds talrijkere segregatiewetten zouden vanaf 1948 in een officieel systeem gegoten worden, dat Apartheid heette. Die kaffer op sy plek. Die koelies uit die land. Zo wilde het de Nasionale Party, die vanaf de klinkende kiesoverwinning in 1958 het land met steeds strakkere hand bestuurde.

Eens achter de tralies werd Nelson Mandela door het ANC bewust als boegbeeld naar voren geschoven en na zijn vrijlating op 11 februari 1990 – Mandela was toen 71 jaar oud– was zijn ster rijzende, ook internationaal. Zelfs de Britse premier Margaret Thatcher, die in 1987 Mandela nog een terrorist had genoemd – de Koude Oorlog, weet u nog – wilde in 1990 met Mandela op de thee. Mandela bedankte voor de uitnodiging.

Onrustzaaier

Maar de man die 27 jaar achter de tralies had gezeten, verbaasde de wereld door samen met de Zuid-Afrikaanse president F.W. de Klerk – voor hun inspanningen zouden ze de Nobelprijs voor de Vrede krijgen – een onderhandelde revolutie te bewerkstellingen, die op 27 april 1994 zou uitmonden in vrije en algemene verkiezingen.

Ondanks een dreigende staatsgreep van nationalistische Afrikaners en voorafgaande onlusten tussen ANC en Inkhata, verliepen deze verkiezingen vlekkeloos. Ze luidden tegelijk een tijdperk in waarin iedereen kon staan en gaan waar hij wilde. Het Zuid-Afrikaanse wonder, grotendeels op conto van Mandela, ging model staan voor andere conflictregio’s zoals Sri Lanka of Noord-Ierland.

Maar Mandela was niet altijd de goedheilige man die opriep tot verzoening. In zijn beginjaren wou de advocaat/activist niet eens samenwerken met andere anti-apartheidsstrijders, van communistische gezindheid of van Indische origine, omdat hij dacht dat deze de leiding zouden nemen over de minder geschoolde ANC’ers. Toen hij de nor indraaide, stond hij bekend als een radicaal, een ladiesman en een onrustzaaier. Dat laatste is trouwens de betekenis van zijn Xhosa-naam Rolihlahla. Misschien was deze angry young man net daarom een held voor jonge kerels als mezelf, rebels without a cause.

Zijn epische strijd was immers aanlokkelijk simpel. Een zwarte Afrikaan wordt geknecht door een witte Afrikaner. Hij recht dapper de rug en vecht terug.  L’amour a ses raisons que la raison ne connaît pas. Iedereen heeft zo zijn redenen om van Mandela te houden. Volgens Bill Shipsey, die Mandela in 2006 de Amnesty International Ambassador of Conscience Award overhandigde, stond Mandela meer dan wie ook “symbool voor de kracht van hoop en idealen”. In het Westen werd zijn beleid warm onthaald. De manier waarop de Afrikaanse landen sinds de jaren zestig één na één onafhankelijk werden, was niet om vrolijk van te worden, en Mandela’s magie was een lichtpunt. Een poolster boven ons aller heart of darkness.

Lelijke schoenen

Misschien waren we ook wel tuk op Mandela, omdat hij ons net als Mahatma Gandhi, de ondraaglijke lichtheid van politiek deed vergeten, een menselijk bedrijf dat behoorlijk saai en erg smerig kan zijn.

Wist u dat Mandela eigenlijk maar twee jaar echt geregeerd heeft? Vanaf 1996 liet hij het dagelijkse reilen en zeilen over aan vice-president Thabo Mbeki. Terwijl de hele wereld met de president op de foto wilde, wachtte zijn vice-president een erg lastige taak. Hij moest in allerijl scholen laten bouwen, huizen, ziekenhuizen, of nog, elektriciteit en water geven aan de miljoenen previously disadvantaged, die onder Apartheid van alles verstoken waren.  Tot overmaat van ramp was de staatskas nagenoeg leeg. Zuid-Afrika was jarenlang geboycot geweest. De val van de Muur had ook de val van Apartheid versneld, maar daardoor kon het ANC natuurlijk niet meer aankloppen bij geldschietende communisten, zo ze gewild had.  Mbeki ging zoete broodjes bakken met het grootkapitaal, maar ondanks Zuid-Afrika’s orthodoxe liberaliseringsproces, bleven de beloofde buitenlandse investeerders weg, misschien ook omdat Oost-Europa ze net iets dichter en toegankelijker leek.

Toen Mbeki zelf president werd, kon hij maar met moeite uit de schaduw van zijn voorganger treden. Op de vraag – uit ten treure herhaald – hoe het voelde om in Mandela’s schoenen te staan, zou Mbeki op zekere dag (korzelig?) hebben geantwoord, dat hij niet eens zou willen, omdat hij ze simpelweg “te lelijk” vindt. Mbeki en Mandela waren nooit de beste vrienden geweest. Mbeki’s vader, Govan, was een orthodoxe marxist en had op Robbeneiland vaak hoog oplopende discussies met de veel jongere Mandela. Na de verkiezingen van 1994 had Mandela trouwens liever Cyril Ramaphosa als vice-president gewild, maar Thabo Mbeki haalde het.

Onder die ogenschijnlijk flauwe opmerking over Mandela’s schoenenkeuze schuilt echter een terechte wrevel. De liefde voor Mandela helt soms gevaarlijk over naar racisme, iets waaraan Mbeki uiterst gevoelig was. Nog altijd geloven sceptici dat Zuid-Afrika zal afglijden naar een burgeroorlog als Mandela komt te overlijden. Alsof zwarten niet meer zijn dan op wraak beluste woestelingen die hun machetes wetten terwijl Mandela zijn doodstrijd uitvecht.

Geruststellend

Was het trouwens niet daarom dat we Mandela verkozen boven Robert Mugabe, toch ook een gevierd vrijheidsstrijder, tot deze laatste afgleed in waanzin en wantoestanden?  Hielden we ook niet van Mandela omdat die in zijn verzoeningsmodel vooral wilde “dat blanken zich thuis konden voelen in de nieuwe samenleving, dat ze er vanuit konden gaan dat er geen wraak zou worden genomen, geen beschuldigingen, geen revanche”, aldus Jody Kollapen, ex-voorzitter van de Zuid-Afrikaanse Mensenrechtencommissie. Mandela’s biografen mogen zich dan al afvragen of die verzoening aangeboren was, dan wel een “politieke strategie waarmee hij voor zichzelf wel een positie van morele superioriteit verwierf”.

Feit blijft dat de grote verzoener met grote gebaren wist te scoren, zoals toen hij na de finale van het WK Rugby in 1995 het truitje van de nationale rugbyploeg aantrok. In Zuid-Afrika speelden vooral Afrikaners rugby dus als een zwarte president een shirtje van een rugbyspeler aantrekt, is dat geen onschuldige verkleedpartij.

De Mandela-magie gooide hoge ogen bij een westers publiek, maar werkte niet altijd bij onderhandelingen buiten de landsgrenzen en zette zelfs kwaad bloed in eigen rangen. “Bij zwart Zuid-Afrika groeide het gevoel dat Mandela te veel bezig was met blanken en te weinig met het vervullen van de beloften aan zwart Zuid-Afrika”, aldus Ineke van Kessel.

Het perfide gevolg is dat heel wat Zuid-Afrikanen niet altijd zelf de nood voelden om toenadering te zoeken tot elkaar. Blanke Zuid-Afrikanen, bijvoorbeeld, waren zonder twijfel aangenaam verrast door Mandela’s begrip, maar voelden zich niet geneigd zijn voorbeeld te volgen. Heel wat van hen keerden zich (noodgedwongen) af van de politiek en zetten relatief ongestoord hun leven en economische activiteiten verder. “Zijn verzoeningsoffensief leek wel erg op eenrichtingsverkeer”, besluit van Kessel. Of hoe liefde een LAT-relatie werd.

Onze adoratie voor Mandela heeft dus soms een keerzijde. Wie de impact van grote gebaren overschat, wil wel ‘s (bewust) vergeten dat verzoening een werkwoord is, net als liefde. En dus wordt straks, als we toch afscheid moeten nemen van Nelson Mandela Rolihlahla,  verzoening misschien weer een alledaags gebeuren, een taak van alleman.

Stefaan Anrys